Home
>
Blog
>
Weekspreuk
>
Weekspreuk 14, 7 - 13 Juli

Weekspreuk 14, 7 - 13 Juli

door

Mieke Mosmuller

07-07-2020 3 commentaren Print!
ZOMER
In deze week in de zomer komt een keerpunt in ons innerlijke beleven. Tot nu toe moesten we de ziel geheel overgeven aan de waarneming met de zintuigen, waardoor we de drijfveer van ons eigen wezen verloren. Het denken werd droomachtig, het verloor zijn helderheid en werkte verdovend. Daardoor vergat ik mijzelf en leek ik mijn zelf te verliezen. Het keerpunt is nu dat we voelen hoe ons iets nadert dat ons wekt. We leven in de zintuiglijke schijn, maar daarin nadert ons het Werelddenken dat ons zal wekken.

Aan zintuigopenbaring overgegeven
Verloor ik de drijveer van mijn eigen wezen,
Gedachtendroom leek
Verdovend mij van het zelf te beroven,
Maar wekkend nadert mij reeds
In de zintuigschijn het Werelddenken.

An Sinnesoffenbarung hingegeben
Verlor ich Eigenwesens Trieb,
Gedankentraum, er schien
Betäubend mir das Selbst zu rauben,
Doch weckend nahet schon
Im Sinnenschein mir Weltendenken.

Deze weekspreuken zijn door Rudolf Steiner gegeven in 1912 / 1913: Anthroposophischer Seelenkalender.

Weekspreuk 14, 7 - 13 Juli door Mieke Mosmuller

Geef uw commentaar





* Commentaren worden vóór plaatsing beoordeeld op hun inhoud. Commentaren met grove, discriminerende, racistische, beledigende, gewelddadige en/of kwetsende uitlatingen worden niet geplaatst. Een ieder die deze regels niet in acht neemt kan, zonder opgaaf van redenenen, worden geblokkeerd.
Commentaren
  • Van @
    Lieve Mieke, Ik wilde je vragen hoe ik mij als een zelf weer bijeen kan krijgen, nu mijn geest in hoogtes zich niet vindt, wat voelt als een kwijt zijn. Het is het begin van de pijn in m’n hoofd, die migraine kan worden. Ik blijf me konsentreren, zodat dat het niet wordt, maar als dat niet lukt, wordt het dus geen migraine, ook niet echt verlamming, maar dan ook maar net. Zoeken doe ik mijn wakkerheid dan buiten in het groen en de bloemen, de bewegingen van de dieren en de planten. Al is het maar even in de tuin. Het is echt prachtig en ik voel me zo mee bewegen en hoor de geluiden als van mijn eigen zielelichamen, het ruisen, de kikkers, de regen, zelfs het onweer, ook al kan ik er van schrikken. Alleen de bliksem voelt als een inslag van licht wat toekomst lijkt en ik er niet eens echt in kan kijken en tegelijk een gevaar – niet echt bij horend,maar waarschuwend. Het versterkt de verwarring, als ik dat zo kan zeggen.
    Maar daar in de natuur buiten komt weer de weemoed van vinden van het gehelen en van verloren eenheid van ik, ziel en geest. Jij en ik, ik en jij, ander in een adem.
    Willen, voelen, denken, het is alsof ik steeds verder uit elkaar trek en het roept wat verwarring op.

    vandaag voor het eerst voelde ik een naderen van het dappere wakker worden. Ver weg nog en ik dacht dat dat nog niet kon omdat het nog lang geen herfst is. En nu lees ik het.

    Momenteel leef ik sterk met de weekspreuken, nu jij ze hertaald en vertaald. Ik lees ze elke dag een paar keer en probeer ze uit het hoofd te leren, wat niet steeds lukt, maar voelen kan ik ze wel, ook als ik ze nog niet helemaal snap. Of eigenlijk snap ik bepaalde zinnen of één hele spreuk, maar het geheel van wekelijkse beweging laat ik me dus vertellen, ontgaat me van grootheid. Ik hoop er in dit leven nog meer zicht op te krijgen, als een geheel.

    Het meevoelen is een groot geschenk.

    In zin 2 staat drijveer i.p.v. drijfveer

    Dank voor je de wekelijkse moeite. Ik ben de weekspreuken enorm gaan waarderen, want het leven wordt zoveel beweegelijker, liefdesvormender.


  • Van @
    Mijn vraag is eigenlijk: hoe beweegt het mensenwezen zich in de zomer in samenwerking met de geestelijke wereld, en dan met name met de zomergeest? Het is een beetje een praktische beschrijving, zo in het kort, want we beleven natuurlijk veel mee in dit uitgaande leven van de zomer, maar voor mij is de zomer het moeilijkst te begrijpen seizoen. De aarde doet haar planten uitbotten naar het licht, daarin beleven wij mee in 'ontvang het licht'. Dat is een uitgaande beweging gezien vanuit onze fysieke lichamen - we dijen uit. Toch zijn we in geen ander seizoen zo bezig met de aardenatuur, haar aardekleed. Toch komt er in de loop van de zomer een verloren-zijn, of meer een verwarring. Dat hoort bij dit jaargetijde heb ik begrepen. De blijheid is bij iedereen groot als de zon meer gaat schijnen, de planten zich ontvouwen en we al dat groen zien. Maar dat groen groeit niet tot in het oneindige, het verdwijnt weer. Is dat de verwarring - het begroeten en weer afscheid nemen?. Heeft de verwarring dan te maken met het 'doorgeven van de emmers' wat de vier aartsengelen doen? Hoe leeft de mens in de zomer met de zomergeest? Wat is zijn taak? En hoe zien we de onze naar hem toe?
    • Van Mieke Mosmuller @
      Als je een aantal jaren deze weekspreuken naar hun betekenis, maar 'zonder verstand' mediteert, worden deze vragen vanzelf beantwoord.