Home
>
Blog
>
Weekspreuk
>
Weekspreuk 37, 15 - 21 december

Weekspreuk 37, 15 - 21 december

door

Mieke Mosmuller

15-12-2020 1 commentaren Print!
Hoewel het lawaai in de buitenwereld steeds sterker wordt, kunnen we ook een op handen zijnde stilte 'horen'.

Te dragen geestlicht in de wereldwinternacht
Daarnaar streeft zalig de drijfveer van mijn hart,
Dat lichtend zielenkiemen
In wereldgronden wortelen,
En goddelijke Woord in het zintuigdonker
Verlichtend al het Zijn doorklinkt.
(Rudolf Steiner, Weekspreuken)

De inspiratie van de ziel, de band tussen ziel en lichaam word in de midwintertijd volmaakt. Deze inademing, die in de zomer reeds begon, wordt compleet en aarde en mens houden de adem in tot in het nieuwe jaar, na Epifanie of Driekoningen, de uitademing weer begint. In de oude Germaanse kalender telde men twaalf maan-maanden van elk 29,5 dag. In totaal telt men dan 354 dagen. Het onderscheid met het zonnejaar bedraagt 11 dagen en 12 nachten. De mensen voelden dat in deze overgebleven dagen de goddelijke orde zich terugtrok, het waren als het ware lege dagen en nachten, begonnen om middernacht 24/25 december en eindigend om middernacht 5/6 januari. Gedurende deze periode gluurde de duisternis en zon op een moment om de demonen de macht te laten overnemen. Het volk kende allerlei maatregelen om zich te beschermen: veel lawaai maken, kaarsen branden, vuurwerk, wierook en nog veel meer.

Maar toen kwam de tijd dat er een kind geboren werd, in deze midwintertijd - midwinter voor het betreffende halfrond. Het werd geboren om ons voor altijd en altijd te beschermen, in alle tijd van eenzaamheid van de aarde en de mens, zo lang als zij beiden zullen samen leven. Sindsdien zijn de nachten dertien in aantal geworden, vanaf de avondschemering op 24 december tot aan de volle dag van 6 januari. Zij zijn heilig geworden, want Christus en de aarde zijn in deze dagen en nachten het dichtst bijeen.

Mieke Mosmuller
Raphael, Sixtijse Madonna

Deze weekspreuken zijn door Rudolf Steiner gegeven in 1912 / 1913: Anthroposophischer Seelenkalender.

Weekspreuk 37, 15 - 21 december door Mieke Mosmuller

Geef uw commentaar





* Commentaren worden vóór plaatsing beoordeeld op hun inhoud. Commentaren met grove, discriminerende, racistische, beledigende, gewelddadige en/of kwetsende uitlatingen worden niet geplaatst. Een ieder die deze regels niet in acht neemt kan, zonder opgaaf van redenenen, worden geblokkeerd.
Commentaren
  • Van Robert Walberg @
    Thanks Mieke,
    Perfect picture for this time... I just read this from: Four Seasons/Archangels: Lecture II: The Christmas Imagination
    "If we understand the depths of winter, how it shows us the connection of the cosmos with man, with man who takes up the birth-forces in the Earth, the only possible way of presenting the woman is in this form: formed out of the clouds, endowed with the forces of the Earth: with the Moon-forces below, with the Sun-forces in the middle, and above, towards the head, with the forces of the stars. The picture of Mary with the little Jesus-child arises out of the cosmos itself.
    If we understand the cosmos in autumn, so as to represent all its formative forces in a picture, we come by necessity to an artistic portrayal of Michael and the Dragon, as I indicated yesterday. In the same way, everything we feel at Christmas-time flows together into the picture of Mary and the child — that picture which hovered so often before painters in earlier times, especially in the first Christian centuries, and of which the last echoes have been preserved in Raphael's Sistine Madonna.
    The Sistine Madonna was born out of the great instinctive knowledge of nature and the spirit which prevailed in ancient times. For it is a picture of the Imagination which must in fact come to a man who transposes his inner vision into the secrets of Christmas in such a way that they become for him a living picture.